Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 28 Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5254.
De stelling dat er eerst getuigen hadden kunnen worden gehoord, mist feitelijke grondslag: zij ziet over het hoofd dat er voorafgaande aan de observaties, op 2 juni 1995, twee getuigen zijn gehoord, te weten de broer van de medeverdachte en de echtgenote van die broer. Juist omdat het hier verklaringen van (afgunstige) familieleden betrof, heeft de sociale rechterche er verstandig aan gedaan die verklaringen door de onderhavige observaties te doen volgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b9717fd7cca95d0b76999aba9af7bbb15624172b9c57e18740ed30b6b5554c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b9717fd7cca95d0b76999aba9af7bbb15624172b9c57e18740ed30b6b5554c0, en de alinea staat in dat document op bytes 7988 tot 8464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b9717fd7cca95d0b76999aba9af7bbb15624172b9c57e18740ed30b6b5554c0 | shasum -a 256