Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 32 Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5254.

3.5. Voor de beantwoording van de vraag of er bij het hanteren van de opsporingsmethode van observatie al dan niet sprake is van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zijn de omstandigheden bepalend, zoals de duur, de intensiteit, de plaats, het doel van de observaties en de wijze waarop deze hebben plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b9717fd7cca95d0b76999aba9af7bbb15624172b9c57e18740ed30b6b5554c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b9717fd7cca95d0b76999aba9af7bbb15624172b9c57e18740ed30b6b5554c0, en de alinea staat in dat document op bytes 9936 tot 10297.