Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 37 Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5255.

3.7. Ingevolge art. 2, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden is voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke mach-tiging vereist. Een uitzondering hierop wordt gemaakt in art. 2, vierde lid, van die wet, welk artikellid inhoudt dat een schriftelijke machtiging als bedoeld in het eerste lid niet is vereist, indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet wor-den binnengetreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9efd068040912ba1a3015986a2cb248f72165118f3f3e9528defc8dcb04f7d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9efd068040912ba1a3015986a2cb248f72165118f3f3e9528defc8dcb04f7d2, en de alinea staat in dat document op bytes 8378 tot 8922.