Citaat | Hoge Raad 24 maart 2000
Alinea 48 Hoge Raad 24 maart 2000
Een alinea uit Hoge Raad 24 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5261.
Zou in laatstgenoemd geval de schorsing ingaan op het tijdstip van de faillietverklaring, dan zou de zaak niet bij de rechter kunnen worden aangebracht met het gevolg dat de dagvaarding na de verschijndag zou zijn uitgewerkt. Indien het, zoals in het onderhavige geval, zou gaan om een dagvaarding in hoger beroep, dan zou het in eerste aanleg gewezen vonnis na het verstrijken van de appeltermijn in kracht van gewijsde gaan met de daaraan verbonden nadelige gevolgen voor de faillie-te boedel en voor de gefailleerde. Daarom verdient de in de vorige alinea gegeven uitleg van art. 29 de voorkeur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f0e6eedce7d4ce76e22d3e10a1c9b618bd524793611bccc4f78f9d1c80e26a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f0e6eedce7d4ce76e22d3e10a1c9b618bd524793611bccc4f78f9d1c80e26a9, en de alinea staat in dat document op bytes 13283 tot 13900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f0e6eedce7d4ce76e22d3e10a1c9b618bd524793611bccc4f78f9d1c80e26a9 | shasum -a 256