Citaat | Hoge Raad 29 maart 2000
Alinea 14 Hoge Raad 29 maart 2000
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5295.
Deze oordelen en conclusie geven geen blijk van een onjuiste opvatting omtrent de eisen die aan de kenbaarheid van het verleende uitstel moeten worden gesteld. Zij geven evenmin in enig ander opzicht blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Als verweven met waarderingen van feitelijke aard kunnen zij voor het overige in cassatie niet op hun juistheid worden getoetst. Het middel dat zich voor het overige tegen deze oordelen en conclusie richt, faalt derhalve ook in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/328ff0db6287cea7c322f274d45f75fe9eb8c9bb682932ebc8e31688acf59dc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 328ff0db6287cea7c322f274d45f75fe9eb8c9bb682932ebc8e31688acf59dc3, en de alinea staat in dat document op bytes 7890 tot 8380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/328ff0db6287cea7c322f274d45f75fe9eb8c9bb682932ebc8e31688acf59dc3 | shasum -a 256