Citaat | Hoge Raad 4 april 2000

Alinea 31 Hoge Raad 4 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5345.

3.6. Nu het verweer van de raadsman, zoals onder 3.3 weergegeven, enkel strekte tot niet-ontvankelijk-verklaring van het Openbaar Ministerie wegens over-schrijding van de redelijke termijn, behoefde het Hof zijn kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel, dat het tijdsverloop evenmin van dien aard was dat op grond daarvan aan de verdachte een lagere straf behoorde te worden opgelegd dan zonder zodanig tijdsverloop het geval zou zijn geweest, niet nader te motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/51d709fa166484fc97e074f616819e0b42e69bb3f9183249038bf3f93d00cd47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 51d709fa166484fc97e074f616819e0b42e69bb3f9183249038bf3f93d00cd47, en de alinea staat in dat document op bytes 8669 tot 9152.