Citaat | Hoge Raad 4 april 2000
Alinea 34 Hoge Raad 4 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5346.
terechtzitting. Volgens de art. 121 GW en 20 RO dienen die uitzonderingen bij de wet te zijn bepaald. Art. 20 RO voegt daar nog aan toe dat in strafzaken de rechter, om gewichtige, bij het proces-verbaal der zitting te vermelden redenen, mag bevelen dat het rechtsgeding, geheel of gedeeltelijk, met gesloten deuren zal plaatshebben. Art. 6 EVRM bepaalt met het oog op welke belangen op het beginsel van de openbaarheid inbreuk mag worden gemaakt. Art. 269 Sv regelt de reeds in art. 20 RO aangeduide mogelijkheid van sluiting van de deuren nader en herhaalt met het oog op welke belangen die inbreuk mag worden gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b34dcffea36f46711cfb82b222324a6e14bc2b368ed090472690ccbdb05232a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b34dcffea36f46711cfb82b222324a6e14bc2b368ed090472690ccbdb05232a3, en de alinea staat in dat document op bytes 7940 tot 8573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b34dcffea36f46711cfb82b222324a6e14bc2b368ed090472690ccbdb05232a3 | shasum -a 256