Citaat | Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 41 Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5403.

3.2 WUH c.s. hebben in dit geding, in conventie, een ver-kla-ring voor recht gevorderd dat het door de Ontvanger ge-legde be-slag ten onrechte is gelegd. Deze vordering hebben WUH c.s. erop gegrond dat de onroerende zaken ten tijde van de beslaglegging niet meer vatbaar waren voor beslag aangezien WUH die zaken, daar-toe op grond van art. 1223 lid 2 bevoegd, toen reeds in het openbaar had verkocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a1128f0d76761ec4647ab63eddaf95020dd5937f59a9c17851840c3a3f805e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a1128f0d76761ec4647ab63eddaf95020dd5937f59a9c17851840c3a3f805e0, en de alinea staat in dat document op bytes 11141 tot 11555.