Citaat | Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 45 Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5404.

3.2 Het Hof heeft de door M&B tegen dit vonnis gerichte grieven verworpen. Het heeft daartoe onder meer overwogen (rov. 1.1) dat de Rechtbank uit de brieven van 12 en 15 december 1989 op goede gronden het vermoeden heeft afgeleid dat partijen een overeenkomst als door [verweerster] is gesteld hebben gesloten, en dat dit vermoeden ten gunste van [verweerster], die volgens de hoofdregel van het bewijsrecht te dezen de bewijslast draagt, de bewijsopdracht aan M&B rechtvaardigt nu de Rechtbank [verweerster]s stellingen terecht voor waar houdt tot op tegenbewijs door M&B.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d, en de alinea staat in dat document op bytes 12148 tot 12746.