Citaat | Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 47 Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5404.

3.4 In hoger beroep heeft het Hof de onder 3.1 genoemde vorderingen van [verweerster] alsnog toegewezen. Het Hof, dat in rov. 2 vooropstelde dat het bij de waardering van het door M&B aangedragen bewijs ging om de vraag of zij was geslaagd “in het leveren van tegenbewijs tegen het uitgangspunt dat de stellingen van [verweerster] BV voor waar moeten worden gehouden”, en dat de getuigenverklaring van [getuige] - bestuurder van M&B - aanmerkte als die van een partij die terzake met het bewijs is belast, zoals bedoeld in art. 213 lid 1 Rv., achtte M&B niet geslaagd in het bewijs dat tussen haar en [verweerster] “geen overeenstemming tot stand was gekomen op het punt van de verkoopbemiddeling.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d, en de alinea staat in dat document op bytes 13016 tot 13747.