Citaat | Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 48 Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5404.

3.5 De onderdelen A en B van middel I hebben betrekking op het door het Hof van M&B verlangde bewijs ten aanzien van de door [verweerster] gestelde, maar door haar betwiste bemiddelingsovereenkomst. Onderdeel A behelst het verwijt dat het Hof niet duidelijk heeft gemaakt of het M&B heeft toegelaten tegenbewijs te leveren tegen het voorshands door [verweerster] door middel van de brieven van 12 en 15 december 1989 geleverde bewijs van die door [verweerster] gestelde overeenkomst, of dat het met toepassing van de slotzinsnede van art. 177 Rv. de bewijslast in afwijking van de hoofdregel van dat artikel op M&B heeft gelegd en aldus de bewijslast heeft omgekeerd. Onderdeel B, dat tot uitgangspunt neemt dat dit laatste het geval is, klaagt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom afwijking van de hoofdregel van art. 177 Rv. gerechtvaardigd zou zijn, en waarom M&B niet is geslaagd in het op haar rustende bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d, en de alinea staat in dat document op bytes 13786 tot 14742.