Citaat | Hoge Raad 7 april 2000

Alinea 49 Hoge Raad 7 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 7 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5404.

Beide onderdelen berusten op een verkeerde lezing van de bestreden arresten. Hetgeen het Hof in rov. 1.1 van zijn tussenarrest en vervolgens in zijn eindarrest, dat in rov. 2 naar die rov. 1.1 verwijst, heeft overwogen omtrent het door M&B te leveren bewijs moet immers aldus worden begrepen, dat M&B, nu [verweerster] het door haar te leveren bewijs van de bemiddelingsovereenkomst reeds, behoudens tegenbewijs, had geleverd, werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs ter ontzenuwing van het door [verweerster] geleverde bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9158d4e4e829d337cb96f57ac63f48392d8b61d6f352fb6aa016b1730b09489d, en de alinea staat in dat document op bytes 14750 tot 15307.