Citaat | Hoge Raad 11 april 2000

Alinea 35 Hoge Raad 11 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5438.

4.2. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingevolge art. 36e, zesde lid, Sr de rechter slechts dan verplicht is om de vordering van een derde tot vergoeding van de schade die deze heeft geleden als gevolg van het feit dat aanleiding heeft gegeven tot de ontnemingsvordering, in mindering te brengen op het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, indien de uitspraak waarbij deze vordering is toegewezen, onherroepelijk is (vgl. HR 9 sept. 1997, NJ 1998, 90).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cf78513f811960e849cca302b4a252d6e6d5d2fbb7dcb2563329e648bdd89b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cf78513f811960e849cca302b4a252d6e6d5d2fbb7dcb2563329e648bdd89b6, en de alinea staat in dat document op bytes 9835 tot 10361.