Citaat | Hoge Raad 11 april 2000
Alinea 46 Hoge Raad 11 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5442.
Voorts doet zich ten aanzien van de bij de politie door [getuige 1] afgelegde verklaringen ook niet voor de situatie als bedoeld in rov 6.3.3 sub (iii-2) van eerstgenoemd arrest, terwijl voor de bepleite analogische toepassing van de in die rechtsoverweging vervatte regel op het onderhavige geval geen grond bestaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc40e32f8861cdcd39d4e4274f0b56c696a34ff0d27ce10b2b268c5f798b90b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc40e32f8861cdcd39d4e4274f0b56c696a34ff0d27ce10b2b268c5f798b90b7, en de alinea staat in dat document op bytes 9669 tot 10000.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc40e32f8861cdcd39d4e4274f0b56c696a34ff0d27ce10b2b268c5f798b90b7 | shasum -a 256