Citaat | Hoge Raad 11 april 2000

Alinea 63 Hoge Raad 11 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5442.

Voor deze overvloed aan intensieve stelselmatige observaties is blijkens de Memorie van Toelichting op het wetsontwerp bijzondere opsporingsmethoden (wetsontwerp nr. 25403, 1996-1997, nr. 3, p. 110) een expliciete wettelijke regeling nodig, waarzonder er sprake is van schending van de privacy van personen als bedoeld in art. 8 EVRM. De artt. 126 g en 126 o van dit wetsontwerp voorzien in zo'n wettelijke basis, maar zijn nog niet in werking getreden en bieden in casu dus geen soulaas.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc40e32f8861cdcd39d4e4274f0b56c696a34ff0d27ce10b2b268c5f798b90b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc40e32f8861cdcd39d4e4274f0b56c696a34ff0d27ce10b2b268c5f798b90b7, en de alinea staat in dat document op bytes 12653 tot 13154.