Citaat | Hoge Raad 12 april 2000

Alinea 42 Hoge Raad 12 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5477.

3.4.1. De huurder van bedrijfsruimte wiens ingevolge de huurovereenkomst verschuldigde huur (eventueel met inbegrip van kosten die voor rekening van de huurder komen) lager is dan de huur die de verhuurder objectief beschouwd kan bedingen, geniet een tot de winst uit zijn onderneming behorend voordeel ter grootte van het verschil. In geval van beëindiging van de huurovereenkomst verliest hij dit voordeel indien en voorzover de huur die hij in de toekomst voor vervangende bedrijfsruimte verschuldigd is, hoger is dan de door hem voorheen verschuldigde huur. Eindigt, zoals hier, de huur ingevolge artikel 59, lid 3, van de Onteigeningswet en verliest de huurder dan een voordeel als hiervoor bedoeld, dan is sprake van schade welke de huurder rechtstreeks en noodzakelijk door de onteigening lijdt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ad7063680885248e90aa89015d316c54844e5b46959b17796ccc1babc2c67d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ad7063680885248e90aa89015d316c54844e5b46959b17796ccc1babc2c67d, en de alinea staat in dat document op bytes 11420 tot 12238.