Citaat | Hoge Raad 12 april 2000

Alinea 47 Hoge Raad 12 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5477.

4.1. Nu, zoals in 3.5 is overwogen, door de Rechtbank niet is vastgesteld of en, zo ja, wanneer en tot welk bedrag de door [eiser] verschuldigde huur naar redelijke verwachting zou worden verhoogd, de stukken van het geding en het rapport van deskundigen daaromtrent niets inhouden en na cassatie voor aanpassing van de stellingen van partijen op dit punt geen plaats meer is, moet ervan worden uitgegaan dat de huur niet binnen afzienbare tijd zou worden verhoogd. Voorts kan, anders dan de Gemeente in cassatie betoogt, geen rekening worden gehouden met mogelijk boven de huur voor rekening van [eiser] komende kosten, nu ook daarover noch het vonnis van de Rechtbank noch het deskundigenrapport en de gedingstukken iets inhouden. De Hoge Raad kan de zaak dan ook afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7ad7063680885248e90aa89015d316c54844e5b46959b17796ccc1babc2c67d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7ad7063680885248e90aa89015d316c54844e5b46959b17796ccc1babc2c67d, en de alinea staat in dat document op bytes 14050 tot 14837.