Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 44 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5516.

In reconventie heeft [verweerder] gesteld dat hij volgens afspraak met [eiser] Rosalien eerst in maart 1990 aan zichzelf heeft verkocht en daarna op 11 september 1990 aan [eiser] heeft terugverkocht. Hij maakt vanaf de datum van terugkoop aanspraak op stallings- en weidegelden tot een bedrag van ƒ 13.565,50 over de periode van 11 september 1990 tot 1 oktober 1992, te vermeerderen met ƒ 20,- per dag vanaf 1 oktober 1992. Hij stelt zich op het standpunt dat hij gerechtigd is de merrie vast te houden, zolang deze bedragen niet zijn betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af, en de alinea staat in dat document op bytes 12278 tot 12836.