Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 45 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5516.

De Rechtbank heeft met betrekking tot de vordering in conventie tot ontbinding van de overeenkomst van opdracht overwogen het voldoende aangetoond te achten dat [verweerder] zonder toestemming van [eiser] de merrie aan zichzelf heeft verkocht en later weer aan [eiser] heeft terugverkocht, en dat nu [verweerder] sedert maart 1990 de merrie nog steeds niet ten behoeve van [eiser] heeft verkocht, [verweerder] wanprestatie heeft gepleegd die ontbinding van de in 3.1 onder (ii) bedoelde overeenkomst rechtvaardigt. De Rechtbank heeft de vordering in reconventie tot betaling van stallings- en weidegelden afgewezen op de grond dat deze niet verschuldigd waren zolang Rosalien niet was verkocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af, en de alinea staat in dat document op bytes 12844 tot 13551.