Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 46 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5516.

Het Hof heeft in zijn bij verstek gewezen arrest van 13 maart 1996 onder meer overwogen dat [verweerder] heeft gesteld dat na het sluiten van de overeenkomst partijen nader zijn overeengekomen dat [verweerder] het paard van [eiser] zou kopen, voordat het een veulen zou hebben geworpen, en dat hij het daarna aan [eiser] zou terugverkopen; het veulen zou alsdan op naam van [verweerder] worden ingeschreven als betaling in natura van de verschuldigde dek- en stallingsgelden. Daarmee heeft [verweerder], aldus het Hof, zich kennelijk op het standpunt gesteld dat door de nadere overeenkomst de overeenkomst van opdracht tot verkoop van Rosalien is beëindigd. Nu [eiser] niet is verschenen en de onjuistheid van de stellingen van [verweerder] niet uit de stukken blijkt, is het Hof van de juistheid van voormeld standpunt uitgegaan. Dit brengt mee dat niet meer behoeft te worden onderzocht of [verweerder] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als opdrachtnemer, en dat [eiser] vanaf 11 september 1990 het paard weer kon afhalen, dat de stallings- en weidegelden weer voor diens rekening zouden zijn en dat [verweerder] bij gebreke van betaling daarvan zijn retentierecht kon uitoefenen. Op grond van dit een en ander heeft het Hof de door [verweerder] tegen het vonnis aangevoerde grieven gegrond bevonden en de vorderingen van [eiser] in conventie afgewezen en die van [verweerder] in reconventie toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af, en de alinea staat in dat document op bytes 13608 tot 15053.