Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 47 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5516.

Op het door [eiser] ingestelde verzet heeft het Hof in zijn tussenarrest van 11 juni 1997 overwogen dat met betrekking tot de oorspronkelijke overeenkomst niet blijkt dat [verweerder] een tegenprestatie voor zijn verkoopinspanningen had bedongen, en dat, nu als voorwaarde voor ontbinding geldt dat het gaat om een wederkerige overeenkomst, de vordering van [eiser] tot afgifte van Rosalien niet kan zijn gebaseerd op een wettelijke verbintenis tot ongedaanmaking na ontbinding. De vordering kan echter aldus worden begrepen dat [eiser] als eigenaar afgifte vordert. Het Hof heeft bij zijn eindarrest de vordering echter op deze grondslag evenmin toewijsbaar geoordeeld, aangezien, kort samengevat, [eiser] geen tegenbewijs had geleverd tegen het uit de processuele functie van het bezit voortvloeiende vermoeden dat [verweerder] eigenaar van Rosalien was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af, en de alinea staat in dat document op bytes 15061 tot 15930.