Citaat | Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 48 Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5516.
3.3Onderdeel 1 richt zich tegen hetgeen het Hof heeft overwogen met betrekking tot de oorspronkelijke overeenkomst en klaagt dat het Hof heeft miskend dat een onvolmaakt wederkerige overeenkomst als de onderhavige op grond van wanprestatie van de wederpartij kan worden beëindigd. De klacht is gegrond, aangezien het Hof door te overwegen dat als voorwaarde voor ontbinding geldt dat het moet gaan om een wederkerige overeenkomst, blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting zowel met betrekking tot het huidige recht als met betrekking tot het vóór 1 januari 1992 geldende recht. De aard van een overeenkomst als de onderhavige, die ertoe strekt dat de opdrachtnemer een inspanningsverplichting op zich heeft genomen ten behoeve van de opdrachtgever een koopovereenkomst tot stand te brengen, brengt mee dat de opdrachtgever de mogelijkheid behoort te hebben om voor het geval de opdrachtnemer zich niet of onvoldoende van deze verplichting kwijt, op die grond de overeenkomst te beëindigen (vgl. HR 27 februari 1976, nr. 10977, NJ 1976, 319, alsmede art. 6:261 lid 2 in verbinding met art. 265 BW en Parl. Gesch. Boek 6, blz. 989).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af, en de alinea staat in dat document op bytes 15968 tot 17121.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af | shasum -a 256