Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 49 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5516.

3.4[Eiser] heeft blijkens de vaststelling van het Hof in rov. 5 van zijn arrest van 11 juni 1997 zijn vordering tot afgifte van Rosalien hierop gegrond dat hij eigenaar is van dit paard. De stellingen van [verweerder] laten geen andere conclusie toe dan dat hij aanvoert dat hij in de periode van maart 1990 tot 11 september 1990 eigenaar van Rosalien is geweest - in verband waarmee hij het in deze periode uit Rosalien geboren veulen op zijn naam heeft kunnen laten registreren -, dat op 11 september 1990 Rosalien aan [eiser] is terugverkocht en geleverd, en dat hij de vordering van [eiser] uitsluitend heeft bestreden met een beroep op zijn retentierecht wegens de zijns inziens door [eiser] aan hem verschuldigde stallings- en weidegelden. Hieruit volgt dat het Hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd van partijen is getreden doordat het is uitgegaan van een vermoeden van eigendom van [verweerder], waartegen [eiser] tegenbewijs zou moeten leveren, en in zijn eindarrest heeft geoordeeld dat [verweerder] ten tijde van de opvordering van dit paard door [eiser] nog eigenaar ervan was. De onderdelen 2 en 5 zijn derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b42f7facf913c3e328d956d6a375c8a2eb6810ded817ce5b7da923fe1c9791af, en de alinea staat in dat document op bytes 17141 tot 18292.