Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 45 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5517.

3.3 In zijn arrest van 28 februari 1997, nr. 16188, NJ 1997, 307 (hierna aangeduid als het arrest-Udenhout) heeft de Hoge Raad in een door de gemeente Udenhout aangespannen civiele procedure geoordeeld dat in overeenstemming met de strekking van de uitzonderingen voor - kort gezegd - spoedgevallen, die in art. 164 Gemeentewet worden gemaakt op de hoofdregel, volgens welke de besluitvorming omtrent het voeren van rechtsgedingen tot de uitsluitende bevoegdheid van de raad behoort, moet worden aangenomen dat bekrachtiging van de beslissing van burgemeester en wethouders slechts kan plaatsvinden in de eerste vergadering van de raad na die beslissing. Op die grond heeft de Hoge Raad met vernietiging van het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 18 september 1995, die gemeente niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Breda van 18 februari 1994, waarbij de vordering van de gemeente tot vergoeding van schade was afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccdac111642f7aa36eefa76cf6f9fef492b7df9dfad175bcbd56e2a046b9811f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccdac111642f7aa36eefa76cf6f9fef492b7df9dfad175bcbd56e2a046b9811f, en de alinea staat in dat document op bytes 12740 tot 13762.