Citaat | Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 49 Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5517.
Onder de werking van art. 209, aanhef en onder r, van de oude Gemeentewet werd aangenomen dat het college van b en w bevoegd was om spoedshalve bij wege van conservatoire maatregel een rechtsmiddel aan te wenden (zie o.a. HR 30 januari 1987, nr. 12733 NJ 1988, 89) en werd niet de eis gesteld dat bekrachtiging door de raad moest plaatsvinden in de eerstvolgende vergadering na de beslissing van het college van b en w. In de wetsgeschiedenis zijn geen duidelijke aanknopingspunten te vinden voor de gedachte dat de wetgever voor de civiele procedure de onder het oude recht bestaande mogelijkheden heeft willen beperken. De bewoordingen van art. 164 lid 3, die kennelijk zijn ontleend aan de in het bestuursprocesrecht gebruikelijke terminologie en rekening houden met het alleen in het bestuursprocesrecht relevante onderscheid tussen de gemeente zelf als procespartij en het gemeentebestuur als procespartij, wijzen veeleer erop dat de leden 3 en 4 slechts toepasselijk zijn op het maken van bezwaar en het instellen van administratief beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccdac111642f7aa36eefa76cf6f9fef492b7df9dfad175bcbd56e2a046b9811f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccdac111642f7aa36eefa76cf6f9fef492b7df9dfad175bcbd56e2a046b9811f, en de alinea staat in dat document op bytes 15427 tot 16486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccdac111642f7aa36eefa76cf6f9fef492b7df9dfad175bcbd56e2a046b9811f | shasum -a 256