Citaat | Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 39 Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5526.
De Rechtbank heeft dit verweer verworpen “omdat de borgstelling in casu niet kan gelden als een rechtshandeling welke ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap is geschied. Immers, staat in rechte vast dat de geldlening ad ƒ 370.000,-- is aangegaan ter vastlegging en omzetting van een specifieke, (waarschijnlijk) onverhaalbare, huurschuld. Daarmee is gegeven dat de geldlening in kwestie niet is aangegaan voor de (normale) bedrijfsuitoefening in het algemeen, waaruit weer volgt dat de hoofdregel van art. 1:88 lid 1 sub c BW geen uitzondering lijdt.” Vervolgens heeft de Rechtbank [eiseres] tot bewijs toegelaten van haar subsidiaire stelling dat [verweerster] bij de ondertekening van de contracten op 18 maart 1992 aanwezig is geweest en aldaar toestemming heeft gegeven tot, althans heeft ingestemd met het aangaan van de borgtocht door haar echtgenoot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b, en de alinea staat in dat document op bytes 8258 tot 9169.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b | shasum -a 256