Citaat | Hoge Raad 14 april 2000
Alinea 41 Hoge Raad 14 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5526.
“Normaal kan worden geacht dat indien een directeur/eigenaar een lening afsluit waarbij liquide middelen in het bedrijf vloeien, hij zich daarbij indien dat bedrijf zelf niet voldoende zekerheden kan bieden, zelf tot borg stelt, zodat in zodanig geval krachtens lid 4 geen toestemming vereist zou zijn. In casu is echter sprake van een situatie waarin [echtgenoot] voor ƒ 1,-- de aandelen van een BV zonder enig reëel vermogen overnam, waarbij een - voordien, maar waarschijnlijk ook nadien - schier onverhaalbare vordering werd omgezet in een achter- gestelde lening, en waarbij deze achtergestelde lening vervolgens werd gesecureerd door een borgtocht van directeur/eigenaar [echtgenoot], die aldus (met zijn echtgenote) een op hem verhaalbare vordering aanvaardde waarvoor hij voordien niet verantwoordelijk was, zonder dat daartegenover een prestatie stond die hem resp. zijn bedrijf een direct, vergelijkbaar, financieel voordeel opleverde. Dat kan niet worden aangemerkt als een rechtshandeling die “ten behoeve van de normale” bedrijfsuitoefening van de BV is geschied.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b, en de alinea staat in dat document op bytes 9361 tot 10462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b | shasum -a 256