Citaat | Hoge Raad 14 april 2000

Alinea 45 Hoge Raad 14 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5526.

Uit de ontstaansgeschiedenis van lid 4 van art. 1:88, zoals die wordt weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal Hartkamp onder 6 en 7 - men vergelijke in dit verband ook de memorie van toelichting bij art. 7:857 BW, Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 444 en 445 - komt naar voren dat de wetgever in het kader van de in art. 1:88 geregelde materie het beginsel van de gezinsbescherming belangrijk achtte en dat hij daarop weliswaar een uitzondering heeft gemaakt door lid 4 toe te voegen, doch daarbij met de woorden “mits zij geschiedt ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van die vennootschap” een wezenlijke beperking heeft beoogd. Klaarblijkelijk is bedoeld dat de toestemming van de andere echtgenoot alleen dan niet is vereist indien de rechtshandeling waarvoor de in art. 1:88 lid 1 onder c bedoelde zekerheid wordt verstrekt zelf behoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9737ea2cca173f0d1b7a97272d0f6d7f506ce5b21cb36e7c4bf1aa24ab3b0f7b, en de alinea staat in dat document op bytes 13150 tot 14140.