Citaat | Hoge Raad 19 april 2000

Alinea 16 Hoge Raad 19 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5547.

4.3. Bij de middellijke uitdeling van winst die hier door het Hof is aangenomen, moet belanghebbende worden geacht van B B.V. een dividend te hebben ontvangen en tot hetzelfde bedrag een informele kapitaalstorting te hebben gedaan in C B.V. Dit geldt ongeacht of belanghebbende door de middellijke uitdeling van winst is verrijkt. Anders dan het middel aanvoert, leidt zulks niet tot dubbele heffing; op het bedrag van de informele kapitaalstorting rust immers geen inkomstenbelastingclaim. Het middel faalt derhalve ook voor het overige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ba0cd6ab6dac2f636af01c0d17001b6109755044087ff6c1f0ea61592ccf8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ba0cd6ab6dac2f636af01c0d17001b6109755044087ff6c1f0ea61592ccf8e, en de alinea staat in dat document op bytes 7208 tot 7761.