Citaat | Hoge Raad 21 april 2000
Alinea 52 Hoge Raad 21 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5590.
Het Hof is - na een descente te hebben gehouden - in zijn tweede tussenarrest tot de slotsom gekomen (rov. 8.7 en 8.8) dat de daartegen gerichte grief I gegrond is. Daartoe heeft het Hof, kort samengevat, het volgende overwogen. Het had op de weg van [de eigenaar van de watermolen] gelegen bij het vernieuwen van de muur rekening te houden met de gedurende lange tijd te verwachten grote aanvoer van water en op WZL rustte geen onderzoeksplicht (rov. 8.2). De schade is niet zozeer veroorzaakt door de verhoogde waterafvoer, maar door een door het verloop van de waterafvoer veroorzaakte uitholling van de bedding die tot gevolg heeft gehad dat de fundering onder de kademuur is weggeslagen, hetgeen niet een gevolg is van de wijze waarop WZL de sluis heeft bediend (rov. 8.3). In de stellingen van [de eigenaar van de watermolen] ligt besloten (rov. 8.4) dat de grotere waterafvoer mede veroorzaakt kan zijn doordat WZL bij hoge waterstand de Walramsluis niet getrokken zou hebben. Voorts heeft [de eigenaar van de watermolen] gesteld dat de voorziening voor grof vuil boven de watermolen ontoereikend was, terwijl zich bovendien grof vuil in de maalsluis heeft opgehoopt, hetgeen in samenhang met de werking van de energiebreker en de veel hogere waterafvoer dan normaal heeft geleid tot een sterkere, haaks op de kademuur staande stroming. Wat de blokkade van de maalsluis door grof vuil betreft gaat het Hof (rov. 8.5) ervan uit dat [de eigenaar van de watermolen] die naar het Hof aanneemt in Valkenburg woonde, wegens zijn technische kennis van zaken en bekendheid ter plaatse WZL had moeten waarschuwen, waarbij het Hof uit het feit dat [de eigenaar van de watermolen] fotografisch heeft vastgelegd dat de grofvuilvoorziening ondeugdelijk was, heeft afgeleid dat hij daarmee bekend was. Met betrekking tot het niet trekken van de sluis in de Afslagtak kan volgens het Hof aan WZL geen verwijt worden gemaakt, ook niet met betrekking tot de te grote strijkhoogte, nu WZL zich moest houden aan de door het Waterschap bepaalde voorschriften (rov. 8.6). In zijn eindarrest heeft het Hof naar aanleiding van de bestrijding van zijn voormelde overwegingen in de eerste plaats geoordeeld dat in rov. 8.7 van zijn tweede tussenarrest een bindende eindbeslissing is gegeven. Vervolgens heeft het Hof vastgesteld dat zijn tussenarrest twee “onvolkomenheden” bevat, namelijk dat [de eigenaar van de watermolen] niet in [woonplaats 1] woont en dat de fotografische vastlegging van de grofvuilvoorziening pas heeft plaatsgehad toen de werkzaamheden al waren voltooid. Het Hof heeft daarin geen reden gezien op zijn eindbeslissing terug te komen, nu de bedoelde feiten “niet beslissend zijn voor de conclusie in 8.7” en aan het feit dat [de eigenaar van de watermolen] regelmatig ter plaatse moest zijn het vermoeden ontleend kan worden dat hij van de hier bedoelde gebeurtenissen op de hoogte had kunnen zijn. Naar het oordeel van het Hof is niet sprake van een aperte misslag die ambtshalve correctie zou behoeven. De op artikel 6:174 lid 2 BW gebaseerde subsidiaire grondslag van de vordering van [de eigenaar van de watermolen] heeft het Hof buiten beschouwing gelaten, omdat deze naar zijn oordeel tardief en in strijd met een goede procesorde is aangevoerd. Op grond van dit een en ander heeft het Hof “geheel” volhard bij de overwegingen van zijn tweede tussenarrest en de onderhavige vordering afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4660f952abae3185c2d2ac0f9bda0731924e88d827144a192a13b1f4913f768c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4660f952abae3185c2d2ac0f9bda0731924e88d827144a192a13b1f4913f768c, en de alinea staat in dat document op bytes 14085 tot 17517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4660f952abae3185c2d2ac0f9bda0731924e88d827144a192a13b1f4913f768c | shasum -a 256