Citaat | Hoge Raad 21 april 2000

Alinea 53 Hoge Raad 21 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5590.

3.3.1 Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. De tussen partijen gesloten overeenkomst hield onder meer in dat WZL van [de eigenaar van de watermolen] en De Oude Molen medewerking verkreeg die noodzakelijk was voor de uitvoering van de ten processe bedoelde werkzaamheden tegen betaling van een afkoopsom ter vergoeding van de daaruit voortvloeiende kosten en financiële nadelen. Die medewerking was nodig omdat tijdens de werkzaamheden het water van de Geul in beginsel alleen door de Molentak zou moeten stromen, hetgeen daar een verhoogde wateraanvoer tot gevolg zou hebben. In verband daarmee is door WZL bedongen dat [de eigenaar van de watermolen] de kademuur zou herstellen. WZL was tijdens de werkzaamheden verantwoordelijk voor de bediening van de sluis waarmee de toevoer van het water in de Molentak werd geregeld, en voor een grofvuilvoorziening waarvan de functie was bij te dragen aan de verwerking van de verhoogde wateraanvoer. Voorts staat - op grond van de in zoverre in cassatie niet bestreden rov. 8.3 van het tweede tussenarrest van het Hof - vast dat de door het waterverloop veroorzaakte erosie van de bedding van de Molentak de oorzaak is geweest van de ondermijning van de kademuur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4660f952abae3185c2d2ac0f9bda0731924e88d827144a192a13b1f4913f768c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4660f952abae3185c2d2ac0f9bda0731924e88d827144a192a13b1f4913f768c, en de alinea staat in dat document op bytes 17555 tot 18810.