Citaat | Hoge Raad 21 april 2000
Alinea 36 Hoge Raad 21 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5595.
In hoger beroep heeft [koper] er allereerst op gewezen dat [oud-werknemer verkoper] inmiddels bij de Rechtbank hoger beroep in de hoofdzaak had ingesteld, en aangevoerd dat hij, indien de Rechtbank de vorderingen van [oud-werknemer verkoper] alsnog toewijst, belang heeft bij zijn vordering in vrijwaring. Daaraan heeft hij de grief toegevoegd dat de Kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat [koper] [verkoper] nodeloos in de onderhavige procedure heeft betrokken en dat [koper] daarom in de kosten van de procedure moet worden veroordeeld. Tenslotte heef [koper] aangevoerd dat [verkoper] ten onrechte heeft gesteld niet aan de vrijwaring gehouden te zijn, en dat hij met de vrijwaringsprocedure zijn rechten tegen [verkoper] wenst veilig te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/809fbad6e3d7fb1d984b6b9482116737d91eb8606c53e4e0afbfc7091ce44f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 809fbad6e3d7fb1d984b6b9482116737d91eb8606c53e4e0afbfc7091ce44f37, en de alinea staat in dat document op bytes 9120 tot 9894.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/809fbad6e3d7fb1d984b6b9482116737d91eb8606c53e4e0afbfc7091ce44f37 | shasum -a 256