Citaat | Hoge Raad 21 april 2000

Alinea 43 Hoge Raad 21 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5595.

Kennelijk echter is de Rechtbank voorts ervan uitgegaan dat de vordering van [koper] zich niet leende voor een procedure in vrijwaring omdat de hoofdzaak (de zaak tussen [oud-werknemer verkoper] en [koper]) tot de absolute bevoegdheid van een andere rechter behoorde dan de vrijwaring. Dit oordeel is onjuist. Met betrekking tot de onderhavige vordering tot vrijwaring was de Rechtbank in eerste aanleg de bevoegde rechter. Nu de zaak in hoger beroep aan haar was voorgelegd, had de Rechtbank deze dan ook op de voet van art. 157a lid 1 Rv. in de stand van hoger beroep behoren te verwijzen naar het gerechtshof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/809fbad6e3d7fb1d984b6b9482116737d91eb8606c53e4e0afbfc7091ce44f37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 809fbad6e3d7fb1d984b6b9482116737d91eb8606c53e4e0afbfc7091ce44f37, en de alinea staat in dat document op bytes 11719 tot 12346.