Citaat | Hoge Raad 26 april 2000
Alinea 16 Hoge Raad 26 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5615.
3.2. Het Hof heeft aan de hiervóór in 3.1.2 vermelde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd de gevolgtrekking verbonden dat de litigieuze inkomsten uit de honoreringsregeling niet voortvloeiden uit een door belanghebbende, naast zijn dienstbetrekking met B, zelfstandig uitgeoefend beroep of gedreven onderneming, nu het honorarium verbonden aan de behandeling van niet-ziekenfondspatiënten niet ter beschikking van belanghebbende heeft gestaan, hij geen aanspraak kon maken op (een gedeelte van) het vermogen van de afdeling urologie en daarenboven niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende wezenlijke ondernemers-risico’s heeft gelopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ba4e94d8c01aca6a34ee508516a3f882834b0dff65ada1799bf83e415ed791e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ba4e94d8c01aca6a34ee508516a3f882834b0dff65ada1799bf83e415ed791e, en de alinea staat in dat document op bytes 8554 tot 9237.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ba4e94d8c01aca6a34ee508516a3f882834b0dff65ada1799bf83e415ed791e | shasum -a 256