Citaat | Hoge Raad 26 april 2000

Alinea 18 Hoge Raad 26 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5615.

3.3. De hiervóór in 3.1.2 en 3.1.3 vermelde feiten laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat de onder-havige urologiepraktijk, voorzover niet-ziekenfonds-patiënten betreffende, mede voor rekening van belangheb-bende werd gedreven. Zulks brengt mee dat het bedrag dat belanghebbende op grond van de honoreringsregeling heeft genoten - anders dan het Hof heeft geoordeeld - moet worden aangemerkt als winst uit onderneming. De middelen slagen in zoverre.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ba4e94d8c01aca6a34ee508516a3f882834b0dff65ada1799bf83e415ed791e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ba4e94d8c01aca6a34ee508516a3f882834b0dff65ada1799bf83e415ed791e, en de alinea staat in dat document op bytes 9609 tot 10081.