Citaat | Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 76 Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635.
3.8Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het be-streden vonnis niet in stand kan blijven en dat na ver-wijzing in de eerste plaats alsnog zal moeten worden on-derzocht of de vordering van de erven [...] afstuit op het beroep van De Schelde op verjaring. Partijen zullen met het oog op de beoordeling van deze vraag in de gele-genheid moeten worden gesteld hun stellingen aan te pas-sen aan hetgeen hiervoor in 3.3.3 is overwogen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/726069ced6ab46028990df70036a04623279be6ff66929b6bb8ca87c7885b4dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 726069ced6ab46028990df70036a04623279be6ff66929b6bb8ca87c7885b4dd, en de alinea staat in dat document op bytes 24091 tot 24539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/726069ced6ab46028990df70036a04623279be6ff66929b6bb8ca87c7885b4dd | shasum -a 256