Citaat | Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 29 Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5650.
5. te verklaren voor recht dat de sub 1 bedoelde vergoeding en loon voor niet-genoten vakantie- en roostervrije dagen een vordering is die voor verrekening met de vordering in conventie in aanmerking komt en waaraan verjaring ex art. 7A:1638ll (oud) BW niet in de weg staat;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86148c8d410ac257367b654b05d2a4a73717424a2aa73e516cd0b36cbfeeef18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86148c8d410ac257367b654b05d2a4a73717424a2aa73e516cd0b36cbfeeef18, en de alinea staat in dat document op bytes 7629 tot 7916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86148c8d410ac257367b654b05d2a4a73717424a2aa73e516cd0b36cbfeeef18 | shasum -a 256