Citaat | Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 46 Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5650.

“Wat er ook zij van de stand van de vakantie- respectievelijk roostervrije dagen op het tijdstip van het einde van de dienstbetrekking van [eiser], de rechtbank is van oordeel, dat eventuele vorderingen uit dien hoofde zijn verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86148c8d410ac257367b654b05d2a4a73717424a2aa73e516cd0b36cbfeeef18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86148c8d410ac257367b654b05d2a4a73717424a2aa73e516cd0b36cbfeeef18, en de alinea staat in dat document op bytes 12186 tot 12434.