Citaat | Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 105 Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.

4.10 Onderdeel 9, dat zich richt tegen 's Hofs oordeel in zijn rov. 4.13, kort gezegd, dat uit de omstandigheid dat Montedison in het voorjaar van 1989 nog een lening van / 1.800.000,-- aan Domp verstrekte, valt af te leiden dat Montedison in het voorjaar van 1989 geen rekening hield met een faillissement van Domp, is gegrond. De curator heeft in de inleidende dagvaarding onder 18 aangevoerd, samengevat weergegeven, dat Montedison deze lening heeft verstrekt om het tijdvak tussen de onttrekkingen en het faillissement zo lang mogelijk te rekken. Uit hetgeen de curator bij repliek in eerste instantie onder 9, bij me-morie van antwoord in hoger beroep onder 43 en 57 en bij pleidooi in hoger beroep blz. 14, heeft aangevoerd blijkt dat hij dit standpunt niet heeft laten varen. Nu niet blijkt dat het Hof dit betoog van de curator in zijn be-oordeling heeft betrokken is 's Hofs beslissing op dit punt niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 35821 tot 36787.