Citaat | Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 107 Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.

4.12 Voor zover onderdeel 11 's Hofs rov. 4.7, 4.16 en 4.17 bestrijdt, mist het zelfstandige betekenis en be-hoeft het derhalve geen afzonderlijke bespreking. Voor zover het klaagt dat onbegrijpelijk is dat het Hof in zijn rov. 4.3 overweegt dat de curator zich mede beroept op art. 2:216 lid 2, behoeft het onderdeel geen bespre-king omdat de vraag of de curator zich mede op schending van deze bepaling heeft beroepen zo nodig na cassatie aan de orde kan komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 37568 tot 38044.