Citaat | Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 72 Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat het faillissement van Domp door de hiervoor in 3.1 onder (ix) en (x) be-doelde betalingen onvermijdelijk is geworden. Montedison handelde daarbij onrechtmatig nu zij ervan op de hoogte was dat de financiële positie van Domp zodanig was dat de sterke vermindering van het eigen vermogen door de aande-lentransactie in combinatie met de terugbetaling op de geldlening niet kon worden opgevangen. De Rechtbank ver-oordeelde Montedison tot betaling aan de curator. De vor-dering tegen [verweerder 1], [verweerder 2] en [verweerder 3] heeft de Rechtbank afgewezen omdat de curator omtrent hun persoon-lijke betrokkenheid te weinig had gesteld. De Rechtbank heeft de vordering van de curator afgewezen voor zover deze was gegrond op art. 2:248 BW omdat Montedison naar het oordeel van de Rechtbank slechts als aandeelhouder en schuldeiser had gehandeld en geen bestuursdaden had verricht als feitelijke beleidsbepaler in de zin van art. 2:248 lid 7 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 19156 tot 20151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49 | shasum -a 256