Citaat | Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 75 Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.
4.1 Onderdeel 1b - onderdeel 1a komt hierna aan de orde - verwijt het Hof dat het heeft miskend dat op 30 september 1988, ingevolge art. 2:216 lid 3 BW, niet kon worden beschikt over de winst over het lopende boek-jaar. Het onderdeel gaat blijkbaar uit van de veronder-stelling dat het Hof in zijn rov. 4.11 heeft aangenomen dat de uitkering waarvan het in deze rechtsoverweging spreekt, een uitkering is waarop die bepaling doelt, te weten een uitkering na vaststelling of goedkeuring van de jaarrekening waaruit blijkt dat uitkering van winst ge-oorloofd is. Het Hof, in rov. 4.11 sprekende van: "(inte-rim)dividend", is echter klaarblijkelijk ervan uitgegaan dat in het onderhavige geval sprake was van een tussen-tijdse uitkering, waarop niet het derde, maar het vierde lid van art. 2:216 van toepassing is. Het onderdeel mist derhalve feitelijke grondslag en kan daarom niet tot cas-satie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 20709 tot 21626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49 | shasum -a 256