Citaat | Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 88 Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.

4.4.3 Onderdeel 3b strekt ten betoge dat het Hof met zijn hiervoor onder 4.4.2 eerste alinea weergegeven oordeel, eraan voorbijziet dat de door Yamaha betaalde vergoeding betrekking had op het wegvallen van de opbrengst uit de overeenkomst met Yamaha over de periode van 1 oktober 1988 tot 1 januari 1989 en dat deze betaling niet zonder meer kan worden aangemerkt als een (tussentijds beschik-baar gekomen) voorziening voor het wegvallen van deze overeenkomst. Waar het Hof in de bedoelde rechtsoverwe-ging oordeelt dat zonder nadere toelichting, welke naar 's Hofs oordeel ontbreekt, niet is in te zien waarom de "vrije reserves" destijds nodig waren voor een voorzie-ning voor het wegvallen van de overeenkomst met Yamaha, is dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk. In de in-leidende dagvaarding onder 7 heeft de curator beknopt uiteengezet waarom het hier naar zijn oordeel gaat. Hij heeft dat in andere bewoordingen herhaald in zijn memorie van grieven onder 33 en zich daarbij beroepen op hetgeen in het KWW-rapport onder 5 is vermeld. In het licht van dit een en ander is 's Hofs oordeel dat de door de cura-tor gegeven toelichting ontoereikend is, niet voldoende gemotiveerd. Het onderdeel treft derhalve eveneens doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 27691 tot 28934.