Citaat | Hoge Raad 28 april 2000

Alinea 93 Hoge Raad 28 april 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.

4.5.2 Onderdeel 4b - onderdeel 4a komt hierna aan de orde - acht onbegrijpelijk dat het Hof in zijn rov. 4.22 uit de mededeling van de curator bij pleidooi dat - als gevolg van een schikking tussen Montedison, ABN-AMRO en Transamerica - de vorderingen van ABN-AMRO en Transamerica in het faillssement van Domp zullen worden ingetrokken, afleidt dat de curator het door hem omtrent de financiering door Transamerica gestelde niet hand-haaft. Dit oordeel is echter in het licht van de onder 16 van de inleidende dagvaarding gegeven toelichting, die sluit met de opmerking dat het vanzelf spreekt dat voor zover een van de twee partijen (Transamerica en ABN-AMRO) niet wordt voldaan zij een aanmerkelijke concurrente vor-dering in het faillissement van Domp houdt, niet onbe-grijpelijk. Het onderdeel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 31097 tot 31931.