Citaat | Hoge Raad 28 april 2000
Alinea 97 Hoge Raad 28 april 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5658.
4.7 De onderdelen 6a - 6d zijn gericht tegen 's Hofs rov. 4.6. In deze rechtsoverweging zet het Hof uiteen dat en waarom het onvoldoende grond ziet om een onderzoek door een door hem te benoemen deskundige te bevelen. Nu 's Hofs arrest, naar volgt uit hetgeen hiervoor is over-wogen en uit hetgeen hierna nog aan de orde zal komen, moet worden vernietigd en het geding zal moeten worden verwezen, zal het Hof waarnaar het geding zal worden ver-wezen, zo het zulks geraden acht, alsnog op de voet van art. 221 Rv. een verhoor van deskundigen kunnen bevelen. Deze onderdelen behoeven daarom geen bespreking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49, en de alinea staat in dat document op bytes 32666 tot 33284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6983c82db377b1479e9fd690060bc4f2d6ce6cfebf47568e2bfd435b3c08cb49 | shasum -a 256