Citaat | Hoge Raad 3 mei 2000

Alinea 18 Hoge Raad 3 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5676.

3.5. Hoewel in artikel 6, lid 3, van het Verdrag niet met zoveel woorden tot uitdrukking is gebracht dat de daar bedoelde andere uitkeringen of op geld waardeerbare voordelen gelijksoortig dienen te zijn aan de daarvoor genoemde pensioenen, is er geen aanleiding voor de veronderstelling dat bedoeld is ook ontslaguitkeringen die enkel worden toegekend om het gemis aan toekomstige inkomsten te vergoeden en derhalve niet gelijksoortig zijn aan pensioenen, van de in het eerste lid vervatte hoofdregel uit te zonderen. Voorzover het eerste middel anders bepleit, faalt het derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd3a028aec0ab63dcfa86e4988fed4034b55c4e72f1db44db2ebaec68fbf5f53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd3a028aec0ab63dcfa86e4988fed4034b55c4e72f1db44db2ebaec68fbf5f53, en de alinea staat in dat document op bytes 11260 tot 11856.