Citaat | Hoge Raad 9 mei 2000

Alinea 26 Hoge Raad 9 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5730.

3.3. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat, indien een verdachte door ziekte is verhinderd op de terechtzitting te verschijnen en in verband daarmee schorsing van het onderzoek heeft verzocht of doen verzoeken, de rechter aan dit ver-zoek voldoet teneinde de verdachte alsnog de gelegenheid te geven bij de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting aanwezig te zijn. Dit spruit voort uit het onder meer in art. 6, derde lid onder c, EVRM verwoorde aanwezigheidsrecht van de verdachte. Bijzondere omstandigheden kunnen echter meebrengen dat de rechter tot het oordeel komt dat het belang van een behoorlijke strafvordering - welke omvat afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn - ernstig in het gedrang zou komen, indien het onderzoek op de terechtzitting zou worden geschorst en dat dit belang onder de gegeven omstandigheden zwaarder moet wegen dan het belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak tegenwoordig te zijn (vgl. HR 17 februari 1998, NJ 1998, 428).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea93fa197c14fa8a714fa56064c2cafa5aef07866e366e3506c88cac1608ff28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea93fa197c14fa8a714fa56064c2cafa5aef07866e366e3506c88cac1608ff28, en de alinea staat in dat document op bytes 7809 tot 8839.