Citaat | Hoge Raad 9 mei 2000
Alinea 28 Hoge Raad 9 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5730.
ter beoordeling van de rechter of hij de aangevoerde reden aannemelijk en van voldoende gewicht acht en of het belang van een behoorlijke strafvordering de voorrang moet hebben boven het belang van de verdachte bij aanhouding. In de regel mag daarom van hem worden gevergd dat hij zich op de hoogte stelt van het al dan niet doorgaan van de behandeling van de zaak, althans dat hij er zorg voor draagt dat hij daaromtrent kan worden geïnformeerd alsook dat hij ter staving van het verzoek alsnog de gegevens kan verstrekken die de rechter met het oog op de te nemen beslissing wenselijk acht. Aan de rechter staat het vrij om indien een verzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd of indien aan diens ver-langen tot aanvulling niet of niet genoegzaam is voldaan, daaraan gevolgtrekkingen te verbinden. Oor-delen en beslissingen daarover kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea93fa197c14fa8a714fa56064c2cafa5aef07866e366e3506c88cac1608ff28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea93fa197c14fa8a714fa56064c2cafa5aef07866e366e3506c88cac1608ff28, en de alinea staat in dat document op bytes 9209 tot 10134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea93fa197c14fa8a714fa56064c2cafa5aef07866e366e3506c88cac1608ff28 | shasum -a 256