Citaat | Hoge Raad 12 mei 2000

Alinea 232 Hoge Raad 12 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5774.

4.6.2. Van beide bewijsaanbiedingen heeft het hof vastgesteld dat zij niet relevant waren. Dat houdt in dat, al zou [eiser 1] in het leveren van het aangeboden bewijs slagen, dit voor de te nemen beslissing geen verschil zou maken, hetgeen het hof (ro. 5.3.) tot uitdrukking brengt in de woorden dat de punten waarop bewijs wordt aangeboden “van beslissend belang” [van belang voor de te nemen beslissing] zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e871ce3ee1223ff9310cbf11f637f70a010d9180214606b7098596c6e8c696c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e871ce3ee1223ff9310cbf11f637f70a010d9180214606b7098596c6e8c696c, en de alinea staat in dat document op bytes 71501 tot 71929.