Citaat | Hoge Raad 9 mei 2000

Alinea 26 Hoge Raad 9 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5777.

4.4. De gronden die de verdachte aan het verzoek om wraking van mrs Bleichrodt, Balkema en Van Dorst ten grondslag heeft gelegd bestaan uit een aantal niet nader onderbouwde stellingen. Door hem zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou kun-nen worden afgeleid dat de rechterlijke onpartijdig-heid van de drie voornoemde leden van de Hoge Raad schade zou kunnen lijden als bedoeld in art. 512 Sv. De Hoge Raad ziet dan ook geen aanleiding de door de verdachte genoemde getuigen te horen. Uit het voorafgaande volgt dat het verzoek om wraking van de genoemde leden van de Hoge Raad ongegrond is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/16eb2dcdc3ad180d3d03d767cbbb1afe9433aa287c589c7ee16f56cb55613f72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 16eb2dcdc3ad180d3d03d767cbbb1afe9433aa287c589c7ee16f56cb55613f72, en de alinea staat in dat document op bytes 7668 tot 8291.